By september 16, 2016 10:31 am Lees verder →

Dit weekeinde herdenking en schouwspel Slag om Stevensweert in 1702 : een duik in de historie ( deel 1)

Stevensweert/Roerdalen – Dit weekeinde wordt de Slag om Stevensweert 1702 herdacht met tal van actviteiten ( zie programma straks op deze site).Op zaterdag en zondag, waarbij iedereen welkom is.
Een duik in de historie over het waarom : nu deel 1 (deel 2 volgt vanmiddag)

DE BELEGERING VAN 1702

Aanleiding.
Op 1 november van het jaar 1700 stierf de Spaanse koning Karel II zonder nakomelingen. Volgens zijn testament zou het hele Spaanse rijk ten deel vallen aan hertog Philips van Anjou, een kleinzoon van de Franse koning Lodewijk XIV. Deze laatste kon hier mee instemmen omdat hij zichzelf, naast koning van Frankrijk, ook al zag als de feitelijke heerser over Spanje. De vereniging van de kronen van Frankrijk en Spanje legde hij in 1701 nog eens vast in een decreet waarin bepaald werd dat zijn kleinzoon het erfrecht op de Franse kroon volledig zou behouden, ook al was hij koning van Spanje geworden. Het plan van Lodewijk XIV, een ernstige verstoring van het Europese evenwicht, lokte vanzelfsprekend heftige reacties uit. Met name de Nederlandse stadhouder Willem III, sinds 1688 ook koning van Engeland, speelde een grote rol in het verzet tegen de Franse koning. Het lukte hem een coalitie te smeden tussen Engeland, de Republiek en keizer Leopold van Habsburg. Samen zouden ze onder zijn leiding de strijd aangaan tegen de Franse expansiedrift. Helaas overleed de koning-stadhouder vroegtijdig na een ongelukkige val van zijn paard in februari 1702. Het geallieerde leger in de oorlog, die bekend staat als de Spaanse Successie-oorlog (1702-1713), zou nu geleid worden door de hertog van Marlborough. Hij groeide uit tot een van de grootste legeraanvoerders in de krijgsgeschiedenis. Bij het uitbreken van de oorlog werd Marlborough benoemd tot opperbevelhebber van het Hollandse leger, hoewel de Staten-Generaal wel controle bleven uitoefenen.

Reeds in 1701 werden in een aantal Spaanse vestingen langs de Maas Franse troepen gelegerd. Het geallieerde leger dat in 1702 vanuit Nijmegen naar het zuiden trok, besloot nog in hetzelfde jaar na de inname van Weert de Maasvestingen Venlo, Roermond, Stevensweert en Luik aan te vallen. Venlo werd op 29 augustus ingesloten en capituleerde op 25 september na een beschieting met kanonnen en mortieren onder leiding van de Nederlandse vestingbouwkundige Menno van Coehoorn. Roermond en Stevensweert wilde men vanwege tijdnood tegelijkertijd aanvallen. Het voor een belegering gunstige zomerseizoen was immers reeds ver gevorderd en wanneer er een regenperiode zou optreden, met stijgend water in de Maas, dan zou de verovering van het tussen twee Maasarmen gelegen Stevensweert vrijwel onmogelijk worden. Blijkens een spionnenbericht waren de verdedigingswerken van de vesting in redelijk goede staat, een verdienste die aan de vestingcommandant werd toegeschreven. De spion was echter niets te weten gekomen over de sterkte van de artillerie en de inhoud van de magazijnen.

Belegering en overgave.
Op 23 september 1702 arriveerde een detachement van 12 eskadrons ruitersoldaten onder commando van Frederik Louis Charles de Noyelles, graaf van Falais, in de omgeving van Stevensweert. De dag erna volgden 7 bataljons infanterie, waarvan 3 Nederlandse en 4 Engelse onder generaal-majoor Orkney. De voor het beleg benodigde artillerie (kanonnen en mortieren) werd per schip aangevoerd vanuit Maastricht. Nadat de stukken op 28 september aan land waren gebracht, kon men beginnen met de opstelling van de batterijen. Op de westelijke oever, rond de Houbenhof, werden zo’n 20 kanonnen en een aantal mortieren opgesteld. De schipbrug op die locatie was reeds eerder dat jaar naar Venlo overgebracht. Een tweede batterij met alleen mortieren werd geplaatst ten zuiden van de vesting tussen Stevensweert en Ohé en Laak. Het zware geschut werd met paarden in de goede posities gesleept en ondanks dat de verdedigers vanaf de wallen dit alles zagen gebeuren, konden ze blijkbaar niet verhinderen dat deze voorbereidende werkzaamheden plaatsvonden. In de namiddag van 30 september waren de batterijen gereed en werd het vuur geopend. De dag erna ging de beschieting verder. Met de kanonnen werden bressen geschoten in het bastion ten zuiden van de Maaspoort en in het aangrenzende ravelijn. Uit “een menigte van groote en kleine mortieren” werden voortdurend zware bommen afgeschoten die in een grote boog door de lucht vlogen en binnen de vesting neervielen. Vervolgens ontploften de met kruit gevulde projectielen en veroorzaakten schade en brand op de plekken waar ze neerkwamen. Het spreekt vanzelf dat een dergelijke beschieting, gezien de kleine oppervlakte van de vesting, een verwoestende uitwerking had. Op een door Daniël Marot vervaardigde gravure van de belegering staat een Latijns vers dat, vrij vertaald, betekent: “Hoe meer men op 2 oktober 1702 Stevensweert tegen de vlammen probeerde te beschermen, hoe heviger het ging branden. In het midden van de Maas gelegen was Stevensweert niet opgewassen tegen de vlammen maar smeekte dat het vuur de wateren niet in de as zou leggen”.24 Het is een dichterlijke beschrijving van de branden die een deel van de vesting verwoestten.

Overigens was een dergelijke bommenregen het beproefde recept van Menno van Coehoorn, hoewel nergens vermeld staat dat hij persoonlijk bij de beschieting aanwezig was. Zijn strategie was een vesting zodanig te beschadigen dat een latere stormaanval zo weinig mogelijk mensenlevens kostte. Toen De Noyelles het moment rijp achtte voor die stormaanval, liet hij de soldaten via loopgraven vanuit de zuidelijke batterij de vesting naderen. De manschappen richtten vervolgens hun aanval op de buitenwal ter plaatse van het door kanonvuur aangetaste bastion en ravelijn. Toen de troepen daar de rand van de gracht hadden bereikt, gaf de vestingcommandant zich over. Het overtrekken van de gracht, dat door vijandelijk vuur vanaf de wallen nog veel levens had kunnen kosten, was niet meer nodig. Op 1 oktober ’s avonds om elf uur sloeg de bezetting de chamade, een trommelsignaal dat de overgave aankondigde. Nog in dezelfde nacht werden de capitulatievoorwaarden opgesteld en om twee uur na middernacht ondertekend.

(wordt vervolgd)