By juni 22, 2011 12:00 pm Lees verder →

OLS 2011 (deel 3): rond 160 schutterijen en maximaal 2 km optochtroute … (22 -6)

Roerdalen – Vandaag deel 3 van de geschiedenis van het OLS.

Optocht

Wanneer je als vereniging pakweg een 50.000 Euro investeert in uniformen en daar een kleine 20.000 Euro aan muziekinstrumenten bovenop doet, is dat reeds reden te over om je op gezette tijden aan den volke te tonen. Voeg daaraan de trots van een verleden van enkele eeuwen toe, en je krijgt een parade van klant en kleur die indruk maakt. En die mag natuurlijk bij geen enkel schuttersfeest ontbreken. Zo kan het verkeren dat tijdens het OLS een route van maximaal 2 kilometer meer dan 160 schutterijen en schuttersgilden uit de beide Limburgen aan een grote schare toeschouwers voorbijtrekt. Een bont schouwspel, niet in de laatste plaats door de grote variatie in uiterlijk vertoon. Grote, imponerende schutterijen worden opgevolgd door kleinere verenigingen. De ene groep in militaire outfit, de andere in gildenkostuums en een kleine minderheid in fantasie-uniformen.

De optocht als wedstrijd

Achter de grote verscheidenheid die in de optocht tentoon wordt gespreid, gaat wel degelijk een eenheid schuil: Allen lopen in het gelid, met ernstige blikken, stramme passen en het mondje dicht. Dat heeft minder met vermeend militarisme te maken dan met sport en spel. De optocht is voor schutters een wedstrijd, gebaseerd op de eeuwenoude traditie als beschermers van kerk, volk en vaderland. Dus worden de verenigingen door een deskundige jury beoordeeld; Zijn de rijen recht, worden de benen en armen tot op gelijke hoogte gezwaaid, lopen allen in de pas, gaat de schutterij goed door de bochten. Ook wordt erop gelet dat de afstand tussen de opeenvolgende schutterijen niet tekort of te lang is en dat de drumband, vaandrig, officieren en schutters als een samenhangend geheel overkomen.

Defilé

Een speciaal wedstrijdonderdeel in de optocht vormt het defilé. Aan het einde van de route hebben de genodigden plaatsgenomen op de tribune. Geheel in stijl en traditie komt hen bijzondere eer toe. Dus gaan de schutters op commando over op de paradepas: Benen recht, voeten plat op de grond, in één dreun, als het goed is. De vlag neigt, de officieren presenteren de sabel. Alleen de koning en keizer hoeven niet te buigen voor hun gelijken. Terwijl het publiek dit schouwspel in zich opneemt, nemen de schutters het publiek waar. Met name het vrouwelijk schoon langs de route wordt door weinigen over het hoofd gezien. Op die manier is de optocht niet alleen een kwestie van kijken maar ook van bekeken worden.

(morgen deel 4)



Posted in: roerdalen