By juni 23, 2011 12:03 pm Lees verder →

OLS 2011 (deel 4): Schutterij drumband is nog vrij jong in OLS-familie… (23 -6)

Roerdalen – Vandaag deel 4 van de geschiedenis van het OLS.

Bordjesdrager

Elke schutterij dient volgens de reglementen vooraf te worden gegaan door een klein menneke (of meisje) met een groot bord; De bordjesdrager. Op dat bord dient minimaal de naam van de vereniging en het nummer in de optocht te staan. De verscheidenheid qua bordjes is groot, zo loopt bijvoorbeeld Schutterij ’t Zandakker Gilde Sint Jan Venray met een prachtig roodkoperen geslagen draagbord, terwijl andere verenigingen met een houten draagbord lopen.
In voorbije tijden kreeg meestal het zoontje van een van de schutters deze functie toebedeeld. Die vonden dat wel prachtig, temeer omdat de schutters na afloop meestal collecteren voor de moeite. Met dat geld was die voor de rest van de dag mooi ‘zoet’. In de jaren ’70 en ’80 werd de bordjesdrager langzaam ‘ingelijfd’ bij de schutterij. Dus kreeg het parmantige menneke een heus uniform en belandde hij op de lijst van wedstrijdonderdelen. Nu controleert de jury onder andere of hij niet te ver voor de troep uitloopt en geen overdreven passen maakt.

Bielemannen

Hoewel zij in het verre verleden geen functie binnen de schutterij hebben vervuld, vormen de bielemannen heden ten dage een zeer markante verschijning in de optochten. Met berenmuts, baard, blauwe kiel en lederen schort lopen zij voor de schutterij uit. Bijl op de schouder, materiaaltas om de nek. Klaar om waar nodig ‘hindernissen op te ruimen’. Daarmee vormen de bielemannen een moderne echo uit een grijs verleden waarin schutterijen kerkelijke processies begeleidden die – naar men veelal ten onrechte aanneemt – door protestanten en overlaten werden verstoord.

Sappeurs

Wanneer de bieleman in een militair uniform gekleed gaat, noemen we hem een sappeur. In lijn met symbolische taken om de vrije doorgang te waarborgen, zijn deze schuttersfiguren afgeleid van 19e eeuwse soldaten die sappen of loopgraven moesten maken. Zij werden later als geniesoldaten bij de verbindingstroepen ingedeeld. Zie daar de verbindende schakel met de sappeur als ‘wegbereider’ voor de schutterij.

Drumband

Sinds jaar en dag marcheren de schutters en gildenbroeders met een ‘vliegend vaandel en slaande trom’ door stad en land. Tot in de twintigste eeuw moet dat letterlijk worden genomen. De schutterijen huurden in de 16e en 17e eeuw bij gelegenheid van processies en andere officiële bijeenkomsten één of enkele tamboeren in om het gezelschap ritmisch te begeleiden. Daarin veranderde in de 18e en 19e eeuw weinig, zo blijkt uit rekeningen. Gemeten naar het jaarinkomen van de ongeschoolde landarbeider in die tijd, mocht dat zelfs een aardige duit kosten. De drumbands die de huidige verenigingen met hoorngeschal en welluidende klanten voorgaan, zijn in feite pas na de Tweede Wereldoorlog in zwang geraakt. Afgezien van het feit dat muziek bij marcheren hoort als dik bij dun, en schuttters een ‘natuurlijke’ neiging hebben om op de trom te slaan, moet voor die doorbraak een aantal factoren verantwoordelijk worden geacht. Hoewel hiernaar nog slechts weinig wetenschappelijk onderzoek plaatsvond, mogen wij ervan uitgaan dat de opkomst van muziekgezelschappen aan het einde van de 19e/begin 20e eeuw mede een rol heeft gespeeld. En nadat de Amerikanen tijdens en vooral vlak na de 2e Wereldoorlog hadden getoond welk muzikaal spektakel brassbands voortbrengen, was menige schutterij in de jaren ’50 en ’60 definitief ‘verkocht’.
(morgen deel 5)
=======



Posted in: roerdalen