By juni 25, 2011 12:00 pm Lees verder →

OLS 2011 (deel 6): De invloed van de militaire Pruisen….. (25-06)

Roerdalen – Vandaag deel 6 van de geschiedenis van het OLS.

Uniformen

Over het algemeen neigt de Limburgse schutter naar een militaire snit in uniformering. Dat heeft minder met vermeend militarisme te maken dan met traditionele accenten die de vereniging in de beleving van ‘hun’ verleden zetten. De eerste schutterijen werden aan het einde van de 13e eeuw in de steden van de Zuidelijke Nederlanden opgericht als verenigingen die zich wilden bekwamen in het schieten met de kruisboog. Naarmate de steden zich emancipeerden en bij de adel steeds meer rechten bedongen, groeide de eigenwaarde van de communes. Zij gaven daaraan onder meer uiting door de schietverenigingen allerlei ceremoniële taken te laten uitvoeren. Als gelijkwaardige poorters vonden de ambachtslieden, dat tegenover deze ‘extra plichten’ ook ‘extra rechten’ dienden te staan. Afspraken daarover werden in statuten vastgelegd. Vanaf dat moment verwerd de schietvereniging tot een officieel schuttersgilde. Om een aantal redenen duurde het nog enkele eeuwen alvorens ook op het platteland schutterijen of broederschappen konden worden opgericht. De belangrijkste was, dat de (horige) boeren zich van de adel niet mochten wapenen. Toen in de loop van de 16e eeuw het feodale stelsel mede door een algehele economische malaise scheuren vertoonde, werd de grip van de heren losser en was ook op het platteland de weg vrij om tot schutterijen te komen.

Zowel ten aanzien van de stedelijke schutterijen alsook de landelijke schutterijen geldt de theorie dat deze zijn opgericht om ‘auter, heerd en troon’ (Kerk, familie en vaderland) te beschermen. Inderdaad hebben de schutterijen her en der wachtgelopen, gevangenen bewaakt en schouder aan schouder gevochten naast andere poorters en boeren. Uit de eeuwenoude bronnen blijkt echter dat het sociale element binnen de schutterij voor het ontstaan, en zeker voor het voortbestaan van de verenigingen, van veel groter belang is geweest. Dit element kwam tot uiting in de broederschap, waarbij onder meer het bijwonen van missen voor overleden schutters een bindend element vormde. Door de eeuwen heen hebben de schutterijen op het platteland weinig zorg (en geld) besteed aan uiterlijk vertoon. Een kiel, handschoenen, een hoed en een riem vormden naast het eigen geweer de belangrijkste schuttersattributen. In Limburg komt daarin aan het einde van de 19e, en meer nog aan het begin van de 20e eeuw, verandering. Er worden steeds vaker ‘moderne’ schuttersfeesten georganiseerd waar verenigingen elkaar troffen. Mede om zich te onderscheiden als een samenhangend geheel, uniformeerden de schutterijen de kleding van hun leden. In de keuze van de outfit herkennen we de twee hoofdtakken die uit de centrale stam van het schutterswezen zijn ontsproten; De beschermers en de broeders. De verenigingen die hun uiterlijk enten op de beschermende taken, kiezen voor een militaire snit. De schutterijen die het accent op broederschap leggen, gaan gekleed in gildenkostuums. In Limburg is mede door invloeden vanuit het militaire Pruisen de eerste stroming dominant.

Op de feestweide

Na de optocht komen schutters en bezoekers terug op het feestterrein. Op een weide van ca. 6 ha. staan drie grote en een aantal kleinere feesttenten opgesteld. Eén grote tent geldt als ‘biertent’. Hier stroomt het gerstenat per strekkende meter uit de tap. De tweede grote tent is de ‘feesttent’. Ook hier vloeit het bier rijkelijk, maar is er voldoende ruimte om aan lange tafels plaats te nemen en van de live-muziek te genieten. Er is zelfs een dansvloer gelegd, hoewel het door de drukte niet altijd mogelijk is om hierop ook daadwerkelijk te zwieren-zwaaien. In de laatste grote tent wordt de honger gestild. Hamburgers, bokworsten, frikadellen, broodjes ham en kaas, huzarensalade of ‘koude schotel’, boerenzult of ‘huitvleisch’ c.q. ‘kipkap’, koffie, soep, chips, chocolade; het assortiment is groot en wordt door de organiserende vereniging naar eigen inzichten samengesteld.

Tussen, naast, achter en voor de ‘grote jongens’, staan allerlei andere tentjes opgesteld, van tapcarrousel, waar bier en fris te koop is, tot federatietent. Van VIP-tent, die meestal na de officiële opening, voor iedereen toegankelijk is, tot hamburgerstand. Van ijscokar tot ‘kinderdorp’. En natuurlijk is het Limburgs Schutterstijdschrift ook present met een eigen tentje.

Wedstrijdterreinen

Rondom de bonte canvas van de tenten en tentjes zijn een aantal wedstrijdterreinen aangelegd. Voorzien van een jurytentje, afgezet met dranghekken – of gewoon een plastic lint – en aangeduid met een gekleurde vlag, vindt op elk terrein een aparte (bij) wedstrijd plaats. De organisatie heeft volgens een vast draaiboek, en naar opgave voor deelname door de schutterijen, een strak tijdschema opgesteld. Dit krijgen de verenigingen vooraf toegezonden. Tevens wordt vanuit de federatietent één keer omgeroepen wie waar aan de beurt is. Kom je te laat, ben je af.

Exercitie

In lijn met de historische functie van de schutterij als beschermer van familie, kerk en vaderland, tonen de schutters hun bekwaamheid in het gelijktijdig uitvoeren van standaardcommando’s; De exercitie. Dit moet bovenal als een sportief element worden opgevat. De schutters oefenen door het jaar in groepjes van 10, 12 of 14 personen op vaste exercitiepatronen; Rechts of links uit de flank, opmarcheren, liggen, knielen, presenteer, geweer ‘aan den schouder’ enzovoort en zo verder. Dit zijn overigens commando’s die tot de zogenaamde ‘oude exercitie’, ofwel de oefeningen tot de reeks uit 1914 horen. Na de Tweede Wereldoorlog werd een ‘nieuwe exercitie’ opgesteld, die als een apart wedstrijdonderdeel geldt. Elke vereniging heeft de vrije keuze om een van beide exercities te kiezen. Er tekent zich momenteel een lichte voorkeur af voor de nieuwere variant. Om het even hoe hard de schutters thuis hebben geoefend, de uitvoering op het schuttersfeest geldt steeds weer als een vuurdoop. Wanneer door de keel van menige schutter de zenuwen gieren, is een klein foutje snel gemaakt. En de jury ziet nagenoeg alle missers. Vandaar dat de exercitiewedstrijd bovenal als een sport in concentratie en (zelf) beheersing moet worden opgevat.

(morgen deel 7)



Posted in: roerdalen