By juni 20, 2011 10:00 am Lees verder →

Vakantietip: thuis naar de Tour de France live op tv kijken, helaas zonder Jean Nelissen

Roerdalen – Helden verdwijnen zo nu en dan uit ons leven, om voort te leven in herinneringen. Daarom via Esquire.nl een herpublicatie van de laatste levenslessen van Jean Nelissen, die natuurlijk ook op Esquire.nl te vinden zijn….Op de foto interviewt Nelissen (links) de eerste Nederlandse Tourkampioen Jan Janssen

We hebben afscheid moeten nemen van Esquire’s allereerste best geklede man Pim Fortuyn, Esquire auteur vanaf het eerste uur Martin Bril en all-time stijlicoon Prins Bernhard. Vandaag heeft een nieuwe Esquire-held het leven gelden: Jean Nelissen. De voormalig wielercommentator en auteur overleed op een woensdag einbd augustus 2010 op 74-jarige leeftijd na een lang ziektebed.

Vlak voordat Nelissen in het ziekenhuis werd opgenomen, sprak Esquire nog met de wielericoon. We hoorden met plezier zijn bijzondere verhalen aan, hielden hem ook de spiegel voor en vroegen hem naar wat hij van zijn leven heeft geleerd. Opdat wij er van mogen leren: een herpublicatie van het interview met Jean Nelissen uit de augustuseditie (5) van Esquire.

Wat ik heb geleerd; Jean Nelissen.

(het eerste deel van de zin lanceerde de interviewer)

‘Eenmaal binnen,……………… ben ik niet meer weg te krijgen.

Ik heb ……………………– en dat klinkt ijdel – het unieke vermogen dat mij nooit een deur werd geweigerd.

Naïeve schrijvers…………….. doen veel domme dingen. Zoals een kasteel kopen. Ik heb er elf jaar gewoond, en er geen dag plezier van gehad.

Vroeger woonde ik…………………. in een arbeidershuisje. Mijn lieve moeder baadde mij in zo’n tinnen badkuipje in de keuken. In dat kasteel had ik vijf Romeinse badkamers. Waanzin. Bid dat het je nooit overkomt.

Op de hotelkamer van Mohammed Ali………………………….. was zijn geliefde Veronica Porsche – een prachtwijf, had ‘ie afgepakt van George Foreman – op de bank in slaap gevallen. Ik durfde er niet naar te kijken want haar rokje was enigszins opgeschoven. Ik dacht, dadelijk slaat die Ali mij nog de gang op.

Dopinggebruikers zijn ……………………..domme idioten. In mijn tijd als renner is het nooit in mijn hoofd opgekomen. Mijn moedertje maakte altijd een bidon thee met suiker erin.’

Ik was 21 jaar………………….. toen ik bij de Chinees mijn eerste pilsje dronk. Voor de rest had ik op vruchtensap geleefd. Later heb ik dat ingehaald.

Ik ben…………………………..ooit nog misdienaar geweest, maar dat deed ik voor de wijn van de pastoor.

Ik raad niemand af………………………. om te drinken. Mensen die dat wel doen, zijn imbecielen die niets van het leven begrijpen. Zonder jenever kan ik niet genieten van het leven. Het is mijn medicijn.

Mijn ouders leerden……………………….mij mens te zijn. Je kunt geen goede journalist zijn, zonder ook goed mens te zijn.

Ik reed in mijn Volkswagentje langs de stervende Tom Simpson……………………… Hij lag met zijn hoofd op een wit rotsblok. Ik kon niets doen, vreselijk. Een week later ben ik naar zijn huis gegaan. Daar zat zijn weduwe, Ellen Simpson, met die twee bloedjes van dochters van drie en vier jaar. “Papa komt voorlopig niet thuis, hij is op een lange reis,” zeiden ze tegen mij. Ellen haalde de trui die Simpson had gedragen uit de kast, met het gesmolten pek van de Mont Ventoux er nog op. Ze legde hem zo op tafel. Tamelijk indrukwekkend.

Martje…………………….. Aah, Martje. Er is geen betere. Ik heb hem opgeleid.

Bij een goed interview…………………… hoorde vroeger een goede fles wijn of whisky. Het heeft allemaal een duikvlucht genomen de diepte in. De mensen weten niet te leven.

Ik heb nog nooit nagedacht………………………… over de dood. Ik denk niet na over nare dingen.

Of mijn leven leuk genoeg is geweest?………………………….Ik heb fouten gemaakt. Fouten in menselijke relaties. Ik heb van mijn eigen leven geleerd, dat de mens nooit volmaakt is.

Ik heb mijn leven geleefd op………………………….. Fingerspitzengefühl.’

Publicatie · 01 september 2010



Posted in: roerdalen